Vormkracht!

Ik sla het maar plat: hoe goed we het hier in Nederland ook hebben, als we niet in staat zijn het publieke gesprek over goed samenleven beter te voeren en betere besluiten te nemen, dan kalft de legitimiteit van het gezag van de overheid af, en de enigen die het leiderschap dan zullen én kunnen claimen, zijn populisten en verlichte despoten. Zo. Daar helpt geen participatieproces aan.

Met dat goede gesprek bedoel ik trouwens niet: slechts ‘dialoog’ waarin alleen maar ‘vertrouwen’ mag zijn. Als het er is, vertrouwen, is dat prima en heel mooi. Ga dan lekker aan de slag. Maar graag voeg ik ook wat politiek toe: belangentegenstellingen verkennen in gesprekken met scherpte, gepast wantrouwen, harde woorden als nodig. Want slechts uit die belangentegenstelling ontstaat algemeen belang. 

En, oh als dat toch eens meer zou kunnen: niet alleen “in gesprek” maar ook goede besluíten nemen. Legitieme, inclusieve, wijze besluiten in het algemeen belang. Geen quick fixes bij complexe problematiek. (Dat voelt lekker, snelle oplossingen, maar het zijn Mickey Mouse-pleisters terwijl de wond door-ettert.)

We verlangen, kortom, naar hoge kwaliteit van het openbaar bestuur, van de overheid. Wáár voor ons belastinggeld. Niet loslaten, maar beetpakken met legimiteit.

Gezag, lekker.

Wat we daarnaast, bijna paradoxaal, verlangen: ruimte voor nuance en lerend vermogen – burgers, politici, bestuurders, ambtenaren en ondernemers, ik ken er weinig die er niet zoekende naar zijn. Ruimte voor samenwerking aan maatschappelijke opgaven. Dynamiek waarin je kunt leren, veranderen, bijstellen en aanharken — ja, fouten mag maken. 

En we verlangen naar ruimte voor al onze stemmen. Naar openheid, naar het kunnen uiten van diepe emotie – van woede en angst tot liefde. Verschillen van mening en van waarden — in een vorm zonder bloedvergieten. 

Het politieke debat is geen brainstorm, maar verantwoordingstheater

Veel legitimiteit komt tot stand in vormen en rituelen. Het is immers essentieel dat de publieke belangenafweging en besluiten daarover, “een vorm” krijgt. In die vormen vinden we belangrijke democratische waarden terug. 

Het politieke debat, bijvoorbeeld is geen brainstorm, maar verantwoordingstheater. En dat bedoel ik niet badinerend, maar koesterend. Want zonder dat theater geen transparantie over de belangenafwegingen die ten grondslag lagen aan besluiten.

Uit de beleidsnota en het raadsbesluit, die de smetteloze route naar het einddoel beschrijven, spreekt de ambitie om mooie dingen in de gemeenschap tot stand te brengen. En dat is een prachtige ambitie. Zonder die nota is er, in de ogen van veel volksvertegenwoordigers en ambtenaren, trouwens ook niets om over te praten en besluiten. Die nota is het kanaal waarlangs invloed kan worden uitgeoefend op besluiten. Door politici en burgers. 

Het inspraakproces is – onder meer – geformaliseerde vrijheid van uiting.

De begrotingsbehandeling zorgt voor helderheid over de geldstromen: waar geven we belastinggeld aan uit en waar slaat de eventuele winst daarvan neer?

En in voorstellen tot participatie — of dat nu burger- of overheidsparticipatie is — vinden we het verlangen naar inclusie, naar het zoeken naar andere perspectieven. En we vinden daar het besef dat overheidsbesluiten zonder draagvlak, legitimiteit missen.

Deze vormen van de overheid moeten we koesteren. Ze zijn ons ‘rustig bezit’, citeer ik een hoogleraar. Dat ze statisch zijn, is juist goed, zo lang ze, een beetje streng en star, helpen om die democratische waarden vorm te geven. Maar slechts dan.

Want we kennen ook tal van situaties waarin de vorm té star is en de vanzelfsprekendheid van de vorm ons juist in de weg zit. Wanneer we lerend vermogen nodig hebben, bijvoorbeeld. Of ruimte voor eerst maar eens de allerbeste vragen vinden waar we nog geen antwoord op hebben – over hoe het moet met multiproblem-gezinnen, hoge schulden bij jongeren, zzp’ers van 59 of een groot onontwikkeld gebied met enorme ecologische, cultuurhistorische, woon- en economische potentie in het drukste stuk van Nederland. 

De statische vormen van de overheid helpen dan niet. Het debat, het staande beleid, het spreekgestoelte, de inspreker, het bezwaarschrift, de nota, de hamer, de spreektijd, de motie, het verkiezingsprogramma, de indicator, de P&C-cyclus, de aanbesteding, het ‘duale stelsel’ en de Oekaze-Kok. Wanneer we slechts gebruik blijven maken van deze krappe vormen, hebben we op zijn best wat extra bureaucratie en op zijn slechts cynisme over de overheid en ‘work arounds’ naast regels en wetten — workarounds die eerst ‘out of the box’ en ‘lef’ heten, maar die ook corruptie mogelijk maken. (Hoe dunner het boekje, hoe meer je erbuiten moet werken?) En dan wordt ‘het grote geld’ ook ‘het grote belang’ en ‘de grote invloed’.

De opdracht voor ons allemaal (want wij zijn als burgers immers de opdrachtgever van de overheid) maar zeker voor mensen die zorg dragen voor ‘communicatie’, is: vormkracht ontwikkelen. Want voor dat goede democratische gesprek zijn nieuwe vormen nodig. Niet een brainstormpje op een middagje, maar legitieme vormen waarin de governance van de overheid vorm krijgt aan gemengde, eerlijke tafels met zowel inwoners, ondernemers als bestuurders, ieder vanuit een heldere rol. Vormen waarin bij sturing en verantwoording over de grote sommen geld die we aan de gezondheidszorg en het onderwijs uitgeven, ruimte is voor cliënten van de zorg, ouders van kinderen en kinderen zelf. Nieuwe vormen voor zeggenschap, die immers niet meer via de klassieke zuilen loopt maar in steeds wisselende netwerken.

Bij het ontwikkelen en toetsen van die nieuwe vormen, zijn mensen nodig die iets begrijpen van hoe betekenissen tot stand komen, hoe kennis stroomt, hoe cultuur bepaalt en zich vormt door communicatie, hoe “luisteren” werkt, wat “vragen” is, hoe de verzilvering van de vrijheid van uiting  eruit ziet, die oor hebben voor stemmen die niet gehoord worden, de parallellen zien tussen communicatiekanalen en de vrijheid van uiting en transparantie. En die interventies plegen als ze zien dat een vorm democratisch gezien niet goed werkt en er iets beters voor verzinnen. Mensen die vormkracht hebben.

Zet m op.


Dit artikel verscheen eerder in het boek Communicatieverhaal halen, dat verscheen ter gelegenheid van de Galjaardprijs 2016 voor overheidscommunicatie