Ga op je hoofd zitten, niet op je handen

Hoe je stopt met werken als een kop zonder kip

“Je moet op je handen leren zitten.” Hoe vaak ik die niet langs heb horen komen de laatste jaren. Ik word er altijd een beetje narrig van: mensen die betaald op hun handen gaan zitten. Dankzij Cormac Russel, de man van Asset Based Community Development, heb ik nu een weerwoord: “Ga op je hoofd zitten, niet op je handen.” Minder beleid, meer uitvoering. En dat deed me denken aan een artikel dat ik in 2015 schreef en ik hier opnieuw publiceer: Hoe je stopt met werken als een kop zonder kip. 

“If I had an hour to solve a problem I’d spend 55 minutes thinking about the problem and five minutes thinking about solutions.” Deze vermeende quote van Albert Einstein (apocrief, maar daarom niet minder mooi) heb ik de laatste paar maanden vaak in mijn hoofd gehad. Ik ben me namelijk aan het verdiepen in (en specialiseren in) ‘vragen stellen’ 🙂

Eén aspect van dat ‘luisteren in organisaties’ bleef steeds om mijn aandacht vragen, en dat was het ‘vragen’. En toen ik daar wat meer op inzoomde, werd ik helemaal gegrepen. Het idee dat we heel vaak op zoek zijn naar antwoorden, terwijl we niet eens weten op welke vraag we een antwoord zoeken, daar ging mijn hart sneller van kloppen.

Op zoek gaan naar goede vragen! Dat sluit helemaal aan bij waar ik al langer mee bezig ben, namelijk leren en innoveren in publieke organisaties en hoe je dat nou doet, het liefst in een netwerk van zo veel mogelijk mensen die belang hebben bij die innovatie.

‘Ga op je hoofd zitten, niet op je handen’ — Cormac Russel

Hoe complexer de situatie, hoe sneller we ‘wat oplossingen’ lijken te willen hebben; als we geen oplossing voor dat grote geheel weten, dan doen we het liefst gewoon een klein deelprobleempje waarvoor we wel een oplossing hebben! (Dat mooie boek van Daniel Kahnemann, Thinking fast and slow, gaat daar onder meer over.) En de publieke problemen anno nu zijn me daar een partijtje complex…!

We drijven onszelf vervolgens nog verder het moeras in door de manier waarop we snelle resultaten, op zo groot mogelijk schaal willen; resultaten die ook nog eens meetbaar moeten zijn, en liefst van te voren te voorspellen, want anders is het zo lastig evalueren 🙂

Grote mensen houden van cijfers. Wanneer je hun vertelt van een nieuwe vriend, vragen ze nooit het belangrijkste. Ze zeggen nooit: “Hoe klinkt zijn stem? Van welke spelletjes houdt hij het meest? Verzamelt hij vlinders?” Maar ze vragen: ‘Hoe oud is hij? Hoeveel weegt hij? Hoeveel broertjes heeft hij? En hoeveel verdient zijn vader?’ Dan pas vinden ze dat ze hem kennen. — Antoine de Saint-Exupéry, Le Petit Prince

Ik doe natuurlijk geen pleidooi voor werken als een kip zonder kop.

Maar we werken nu vaak als een kop zonder kip.

Werken als een kop zonder kip noem ik het als we weinig of geen tijd nemen voor het vinden van de echte vragen waar we een oplossing voor aan het zoeken zijn. We doen dan dus helemaal niet wat Einstein deed!

En het denken over manieren om de goede vragen te vinden, past ook heel erg mooi bij mijn pleidooi voor minder debat en meer gesprek (“van strovuur naar kampvuur”) en bij de zoektocht naar andere vormen om in het openbaar besluiten te nemen of verantwoording af te leggen, dan in de vorm van een debat in raadszaal of Kamer.

Ik kwam bij mijn zoektocht in contact met Dan Rothstein, die met het Right Question Institute bezig is om ‘vragen stellen’ de basis te maken voor het leren in het onderwijs, maar ook in microdemocratie. Het boek van Dan en zijn collega (‘Make just one change’) gaat helemaal over onderwijs, maar is prima te gebruiken als inspiratie voor publieke besluiten en gedachtenwisseling.

Ik zag in dat het vinden van een eigen vraag de voorwaarde is voor eigenaarschap van een oplossing. En het zoeken naar een gedeelde vraag is het begin van samenwerking rond een gedeelde oplossing. Daarmee raken we aan de basis van democratische gesprekken en besluiten. [Ik zou zo’n gedeelde vraag  vandaag de dag ‘de opgave’ noemen, MB]

Maar hoe geef je dat nu een beetje praktisch vorm? Want je kunt wel zeggen dat je op zoek gaat naar de beste vragen, maar wanneer doe je dat? En bij die speurtocht stuitte ik op de Question Storm oftewel de Vraagstorm. Ik heb deze vorm inmiddels op een paar plekken uitgevoerd (onder meer met communicatieadviseurs van een ministerie, een college van B&W en met een gemengde groep mensen die betrokken zijn bij burgerinitiatief in mijn eigen stad).

Het is een simpele techniek, waarbij je eerst goed zoekt naar de focus van je vraag: wat is het onderwerp en wat is de reden dat we op zoek gaan naar de beste vragen? Willen we het probleem uitdiepen, willen we op zoek naar nieuwe invalshoeken, willen we eerst eens verkennen wat er allemaal speelt, willen we weten hoe we iets moeten aanpakken? Je doet dit gezamenlijk. De QuestionFocus is een thema, een stelling of een idee, zo plat mogelijk.

Daarna ga je vragen stellen. Heel veel vragen. Alleen maar vragen. Alle statements en oordelen moeten een vraag worden. En je geeft geen antwoorden. Je schrijft alle vragen letterlijk op. Een voor een stel je vragen, en stiltes zijn juist fijn.

Bij deze vorm is iedereen in staat bij te dragen; je kunt je voorstellen dat de grootste experts goede vragen kunnen stellen – maar je kunt je ook voorstellen dat mensen die wel betrokken zijn, maar er niets vanaf afweten, dat ook kunnen! Het geeft een gelijk speelveld, waarin iedereen ‘mag’. Voor mensen die erg van de snelle oplossingen zijn (en dat zijn, mind you, echt niet altijd de beste oplossingen) is dit soms wel een frustrerende vorm 🙂

Wanneer je uitgevraagd bent – en dat is echt niet snel, als je langer doorgaat verdiep je juist – dan kies je uit die tientallen vragen de beste vragen waar je echt een antwoord op gaat zoeken. Vaak heb je dan al allerlei inzichten gehad: we praten niet over hetzelfde, we hebben op deze basale vragen nog geen antwoord, wat gek dat we ons dit of dit niet eerder hebben afgevraagd. Het is wonderlijk hoeveel vragen we niet stellen, in de waan van de dag.

Met alleen de beste vragen kun je dan aan de slag. En het leuke van een vraag? Het is altijd een beweging naar iets of iemand. Vragen horen bij ontwikkeling en vernieuwing. Antwoorden kunnen ontwikkeling en vernieuwing stoppen. En soms is dat ook nodig hoor. Maar dat merk je dan vanzelf 🙂