Geldstromen door de school

Zeggenschap begint en eindigt op het schoolplein

Het onderzoek ‘Geldstromen door de school’ startte ik in 2016 samen met onze schooldirecteur Gert-Jan de Zwart en Pieter Buisman en Nathan Rozema van Geldstromen door de wijk. We deden een onderzoek van onderop naar alle geldstromen in het onderwijs. Van 7B tot OCW.

Het brengt in beeld hoe ongebalanceerd de zeggenschap in het bestaande systeem is. Op hoeveel plekken ‘boven je hoofd’ je wel niet als leerkracht of ouder moet ‘medezeggenschappen’ om een sprankje invloed te hebben. Hoe krachtig dat systeem terugduwt als je iets wilt veranderen. En hoe nodig dat is.

Er zijn geen goede redenen om het systeem te houden zoals het is. Al is het maar omdat het huidige systeem onderwijsgeld verspilt.

Het onderzoek is na twee jaar speur- en puzzelwerk, af. Nu begint het werk.

Hoe het begon

Mijn verbazing begon een jaar of twee geleden, eind 2016. Ik was even naar het toilet van de basisschool van onze kinderen en zag op de deur een bordje hangen. Wilde iedereen bij vertrek de deur goed dicht doen, want anders stond het zo slordig?
Toen ik Gert-Jan, onze  directeur, even later in de steeg sprak, vroeg ik hem waarom hij geen dranger op die deur zette. Zo kwam het gesprek op het klein onderhoud op school en hoe veel ingewikkelder dat was dan volgens mij nodig is. Ik besloot uit balorigheid naar Hartwijk te fietsen en een dranger te kopen. Ik zie mezelf nog het kamertje van Gert-Jan binnenstappen en die dranger op zijn bureau leggen. ‘Ik weet dat we het zo niet oplossen’, zei ik. ‘Maar voilà.’ 

Niet veel later hadden we weer eens een gesprekje op het plein. ‘Zeg Gert-Jan, wist jij dat dat uurtje bijles voor Rosan per maand al veel meer kost dan de ouderlijke bijdrage per jaar? Weet de school eigenlijk hoeveel kinderen buitenschools onderwijs hebben, en wat daarin omgaat?’

Deze twee gesprekjes leidden tot een onderzoek ‘van onderop’ naar de geldstromen in het onderwijs. Want het boeide mij inmiddels mateloos dat dat geld zo’n ingewikkelde kwestie was.

Van de leerling naar de klas, de school, en al snel moesten we het schoolplein af, via het bestuur, langs en door vertakkingen en budgetten bij de gemeente, het samenwerkingsverband, belangenbehartigers en allerhande publieke, markt-  en semi-marktpartijen tot aan de bron bij OCW. 

We formuleerden in 2016 een doelstelling voor het project, dat we Geldstromen door de school doopten: “Door de onderwijsgeldstromen door en rond de school grondig in beeld te brengen, krijgen we inzicht in knelpunten en kansen voor efficiency en effectiviteit, terwijl we daarnaast trefzekerder kunnen sleutelen aan samenwerking en zeggenschaps-(her)verdeling in en rond de school.

Waarom we dat deden? Omdat we ons onderwijsgeld zo goed mogelijk voor onze kinderen willen inzetten en we ervan overtuigd zijn dat dat beter kan.

Mij persoonlijk drijft de vraag naar de passende zeggenschapsverdeling. Publiek geld, immers, en dan is mijn standaardvraag: is het hier een beetje democratisch? Nou, daar vind ik wel iets van.

Na bijna twee jaar met inbreng van wat leerkrachten, schoolleiding, ambtenaren van de gemeente speuren in jaarverslagen, excelsheets en begrotingen, hadden we een ongelofelijk complex geldstroomschema, van OCW tot 7B. (En nu is er ook een rapport.)

De voorzichtige conclusie is dat over ongeveer een derde tot de helft van het (ons?) onderwijsgeld al lang en breed besloten is, voor het op school is.

De kluwen boven ons hoofd

‘Geldstromen door de school’ brengt in beeld hoe ongebalanceerd de zeggenschap in het bestaande systeem is. Op hoeveel plekken ‘boven je hoofd’ je wel niet als leerkracht of ouder moet ‘medezeggenschappen’ om een sprankje invloed te hebben. Hoe krachtig dat systeem terugduwt als je iets wilt veranderen. De moed zakte ons in de schoenen.

Dit is de kluwen. Als je op het plaatje klikt, kom je op een website waar je helemaal door de kluwen heen kunt klikken.

Terug naar 7B

Wat hielp: terug de klas in. Klas 7B heeft ook een begroting opgesteld. Die was, inderdaad, kinderlijk eenvoudig. De klas heeft nodig: een school, een lokaal, een plein, een juf met hulp (van meester Erwin de conciërge tot bijlesjuf Isabel), leermiddelen (van het digibord tot papier in verschillende formaten) en extraatjes (de bus voor het schoolreisje en de sportdag). Toen we de begroting van onze school – de gewoonste van Leiden – bekeken, was dat ook ongeveer wat erop stond: personeel met hulp, huisvesting en schoonmaak, leermiddelen en extraatjes.

Geldstromen in het onderwijs worden pas complex zodra je van het schoolplein af gaat.

Maar je kunt aan die complexiteit nauwelijks iets doen, als MR, leerkracht, schoolleider of loslopende ouder. En voor je het weet, moet er bureaucratie of een club bij om dat op te lossen — ook de Onderwijsraad stelt – oh ironie – een ‘nieuwe onafhankelijke instantie’ voor. Dit alles leidt tot nog grotere complexiteit, schaalvergroting, het verder wegorganiseren van zeggenschap en meer ‘geldbestemmingsmacht’ en dus prioriteitstelling buiten de school. Die complexiteit levert stress op. Wat men dan weer oplost met bypasses (het werkdrukgeld bijvoorbeeld) die het verantwoordingscircus alleen maar groter maken. (Dat laat onverlet dat de keuze om op scholen gezamenlijk met het team over de besteding van het werkdrukgeld te kunnen beslissen, navolging verdient.)

Collectiviteit is nodig en handig

Maar er is wel collectiviteit nodig. Voor solidariteit, kennisdeling, het zuinig inzetten van (publiek én privaat!) onderwijsgeld, bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoop, goede keuzes voor huisvesting, specialistische hulp delen.

De collectiviteit kan meer vraaggestuurd. Met de klas, leerkrachten, schoolleiders en ouders als uitgangspunt. Bij hen ligt immers de grootste verantwoordelijkheid voor het lukken van onderwijs.

Zet 7B voorop, (slechts) met toevoeging van clubs, structuren, bedrijven, ambtenaren en bestuurders die helpen. Passend op de vraagstukken, niet op de instituties. Gezamenlijke besluiten van (G)MR’en en de gemeenteraad rond onderwijshuisvesting, bijvoorbeeld. De governance-structuur daarvoor in elkaar zetten, is taai, en vergt een enorme ausdauer. En, adel verplicht, dan moeten ouders en leerkrachten verschijnen. Maar we moeten hoognodig gaan bouwen aan een ‘schoolplein’ waar dat kan, en waar die inzet echt effect heeft.

Versimpel de geldstromen in het onderwijs en versterk het horizontale toezicht. Dat is het advies van de Onderwijsraad net voor de zomer. Eens!

Maar als je de geldstromen volgt, kun je niet anders dan concluderen: de zeggenschapsstructuur voor onderwijsgeld verdient geen versterking maar omkering: beginnend op de school.

Alles lezen over het onderzoek doe je op www.geldstromendoordeschool.nl.