Digitale democratie – sinds 1998

Het is vandaag 22 dagen geleden dat de scholen dicht dingen en iedereen zo veel mogelijk thuisbleef. 22 dagen geleden werden we vooral een online gemeenschap. En nu doen gemeenten alsof online politiek, online participatie en digitale democratie deze maand uitgevonden zijn…. Een bericht uit de mottenballen.

Vorige week stemde de Tweede Kamer (unaniem!) in met de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming – ook de politieke routines van gemeenteraad, provincie en waterschap kunnen we nu officieel naar digitale platformen verplaatsen. Tot 1 september dan. Bere-interessant. (Vandaar ook dat ik er graag bij BNR over praatte.)

Back to the future.

Want mijn politieke leven begon ook door belangstelling voor ‘online’. 

Toen ik in 1998 – bleu, en doodzenuwachtig – deelnam aan een diner-discussie van de werkgroep ‘Nieuwe Media’ van de Leidse PvdA. De stelling waarover we destijds in gesprek gingen, was ‘Nieuwe media veroorzaken een tweedeling in de maatschappij’.

Het was het prille begin van mijn politieke loopbaan; en dat viel samen met het begin van serieuze online politiek en democratie. En de mensen van die werkgroep waren daardoor gegrepen.

We maakten een eerste website van onze partij-afdeling (voor de toenmalige webmaster ook zijn eerste website – nu is hij eigenaar van een groot internetbedrijf).

Niet 22 dagen, maar inmiddels 22 jaar geleden…

En we startten met E-Nieuws, het wekelijkse e-zine van onze afdeling, in adorerende navolging van het Vlugschrift van Niet Nix, dat toen al bestond.

We werkten hard aan het ‘digitaliseren van de poltieke partij’ en trouwens ook de lokale politiek zelf.

Dat was trekken en sleuren. De rubriek ‘Uit de fractie’ bevatte eind jaren ’90 maandenlang elke week het bericht ‘Geen nieuws uit de fractie’, tot de fractie doorkreeg dat er toch wel heel veel mensen, leden en niet-leden, best zouden willen weten wat de fractie zoal uitspookte in de raad. (Het lijkt wel wat op veel gemeentelijke projecten anno 2020 :))

Begin 2002 werd ik raadslid en de eerste politicus in Nederland met een weblog. Dat weblog, Marije logt (want in de beginjaren ‘logde’ men in Nederland, pas later ging men ‘bloggen’) hield ik bij zo lang ik in de raad zat, tot 2010.

Die raad was toen natuurlijk nog lang niet online bij te wonen. Zelfs de stukken stonden niet online voor burgers – daar heeft de Leidse D66 het verschil gemaakt door dan maar met de hand alles op hun website neer te gaan zetten. (De gemeente zelf nam het toen spoorslags over.) 

Met de Leidse PvdA-website en vooral het blog waren we in dit tijd het platform voor de Leidse politiek. Geen Teams/Zoom voor nodig 🙂

Het was, hoewel dus rood, een redelijk neutrale plek. Raadsleden van de andere partijen praatten er mee, ook uit andere gemeenten trouwens, en mensen die nooit van hun leven op de PvdA zouden stemmen. Ook werd ik jaren lang, onder het pseudoniem ‘Blom’, stevig aangepakt door een journalist van het Leids Dagblad.

Dat was allemaal meestal fijn, het scherpte mijn denken en handelen, en omdat het ‘mijn huiskamer’ was, bleef het er min of meer gezellig en beleefd. Want ik hanteerde het motto: niet met hondenpoep aan je schoenen naar binnen.

“E-“

We deden aan wat toen nog gelukkig niet vaak meer Nieuwe Media heette, maar wel nog heel lang iets met een “E-“: “e-participatie”bijvoorbeeld. Met bijbehorende e-Awards, e-Rijksprogramma’s en e-ranglijsten, trouwens. Al meer dan twintig jaar moet het beter.


O, mensen wat zijn we al VEEL TE LANG bezig om digitaal normaal te maken. In 2006 in de lezing “Het dode paard van de Kloosterhoeve” (pdf) bijvoorbeeld werd ik daar ook al moedeloos van. En ook in 2020 moet je blijkbaar nog heel gelukkig worden als je gewoon je stukken als raadslid goed kunt vinden op een website. Aaargh! AAAAAAA!!!!!


Goed. Ik ben weer rustig.

In die acht jaar bloggen als politicus is mijn denken over online politiek maken gevormd. Als ik daar nu stukjes over teruglees, zie ik wel waar ik mee worstelde. Niet dat digitaal dit allemaal veroorzaakte, maar onine werd het allemaal wel zo ongelofelijk zichtbaar. En duiken kon ik niet, want mijn gemeenschapje/achterbannetje/tegenmacht was hecht en streng. 

Dilemma’s, die in 2020 nog steeds spelen, als:

• hoe ga ik in dit persoonlijke blog om met een opvatting die niet strookt met een eenmaal in meerderheid genomen besluit? (verantwoording)

• waar maak ik vandaag nu weer politiek van, welke conflicten vergroot je uit en welke niet? (politieke prioritering)

• hoe zorg je ervoor dat mensen kunnen volgen wat je bespreekt en waar je besluiten over neemt? en wat is daarvoor nodig aan documenten, voorkennis (transparantie en toerusting)

• hoe kun je je controlerende rol vervullen zonder ‘gemeentelijk loket’ voor klachten en wegomleggingen te zijn als raadslid? (controle)

• wat blijft binnenskamers en wat wordt direct openbaar? (weer transparantie)

• is een gesprek tussen raadsleden overal ‘een openbaar debat’? (democratische vormen en de waarde van het theater in de raadszaal om conflicten te sublimeren en daarmee te veralgemeniseren)

• wie kunnen hier op dit blog nu eigenlijk meepraten waarover? en wie doet het ook? (zeggenschap en inclusie)

• “niet iedereeen is digitaal” en andere dooddoeners (inclusie en democratische vaardigheid)

• hoe zorg je als raadslid voor tegenmacht (weten wat je als raad bestelt bij het college) en dus voor versterking van het instituut raad, terwijl je tegelijkertijd de verschillen tussen partijen niet weg moet poetsen? (dualisme en de raad als hoogste orgaan)

• en hoe ben ik te onderscheiden van mijn raads-collega’s maar nog wel leuk mee samen te werken in het algemeen belang? (verschil tussen politiek en democratie)

• en ook: hoe kom je in vredesnaam weg bij de stapel stukken..? (toerusting van de volksvertegenwoordiging)

Ik vroeg me dingen af, en in de reacties werd ik door talloze slimmerds echt verder geholpen. Geerten Boogaard, nu de Thorbecke-hoogleraar, was een van hen. Frans de Jong, helaas overleden, was een andere. Potverdrie wat heb ik op dat blog veel geleerd. (Wisdom of the crowds heb je  ook echt wel een beetje in de hand, namelijk. Gewoon goede vragen op tijd stellen en nieuwsgierig blijven. Tip ook voor gemeenten die iets met participatie willen – gratizzzz!)

Werd het er beter van?

Pas in de jaren na 2010, toen ik stopte als politicus, had ik de tijd om écht te beseffen wat ik online nu aan het uitspoken was geweest, en of dat de politiek er beter of slechter op maakte. Daar scherpte ik mijn denken verder en met reageur Frans, die een goede vriend werd, schreef ik bijvoorbeeld in 2012 bijvoorbeeld  een zeer kritsche reactie op het WRR-rapport  ‘Vertrouwen in burgers’: Een slotgracht vol frontliniesoep.)

Ik kijk inmiddels verder dan de “e-” waar ik ooit mee begon. Van e-participatie ben ik in ‘gewoon’ participatieontwerp terecht gekomen. En van daaruit nog een laagje dieper: democratie. “Democratische kwaliteitsverbetering” is de basis en het doel van mijn advies-  en onderzoekswerk.

En dus vraag ik overal waar dat maar kan: is het hier een beetje democratisch? (en luister vooral ook dat BNR-item om te horen hoe ik dat dan doe want ik ben echt trots op dit interview!):


Maar nu lijkt het wel alsof we weer in 1998 zijn beland! Precies dezelfde vragen als die ik met ons werkgroepje bij dat discussie-diner had. Die ik tussen 2002 en 2010 aan den lijve ervoer, en waar we anno 2020 echt wel wat antwoorden op hebben! Maar goed, frappez toujours, kalmeer…


Want het gaat niet om digitaal of fysiek.

Niet om online en offline.

Het gaat niet om hip en nieuw.

Het gaat om passend en democratisch.

Met welke vragen kijk ik terug op acht jaar online gemeentepolitiek bedrijven? Op diezelfde vragen moeten gemeenten (bestuurlijk, ambtelijk en controlerend uitvoerend, ondersteunend) nu antwoord geven.

Laten we die Spoedwet maar als aanleiding zien om (nog maar weer een keer, pffff) te kijken hoe we onze beraadslagings-, besluitvormings- en toezicht-processen democratischer kunnen maken. En ja, digitaal kan helpen. Maar het ook verzieken. (Fysiek kun je het trouwens ook behoorlijk verprutsen, hoor.)

Als we vormen en manieren vernieuwen, of juist heel erg traditioneel blijven doen:

• Wordt het er dan transparanter en dus openbaarder van?

• Inclusiever en diverser? Wie zit en kan erbij? Wie heeft er bijvoorbeeld baat bij dat je niet meer de deur uit hoeft voor een bijeenkomst? Dat je de ondertitels aan kunt zetten, automagisch? Dat je er geen nadeel meer van hebt dat je met je rolstoel de publieke tribune niet op kunt? Hoe nieuw moet je computer zijn om de raadsvergadering te kunnen volgen?

• Hebben we nu betere of slechtere gesprekken/beraadslagingen? Is ieders informatieniveau op orde? Wat moeten we doen om dat beter te krijgen? Wat moeten we vooraf en achteraf op de website zetten? Hoe voer je eigenlijk een echt goed gesprek? 

• Zijn we nog wel nieuwsgierig als de luiken open gaan of willen we slechts draagvlak? Wordt er wel eens een concept, halffabrikaat of vraag gedeeld? En als we dat (ook) online doen, helpt dat dan?

• Doen we het niet te efficient voor de incrowd (ambtenaren, wethouders, marktpartijen) en daarmee niet meer te volgen laat staan te beinvloeden voor mensen op wat meer afstand van de vergader- of statafel?

• Tegenmacht anyone? Kunnen we de crisis-stand ook weer terugdraaien? En gaan we dan ook kritisch terugkijken op het gebruik van bevoegdheden?

• Zeggenschap: wie bepaalt de agenda hier eigenlijk? Wie mag zijn handje ‘raisen’ en wie niet?

• En ja, laten we de waarde van het bij elkaar komen voor een raadsvergadering vooral koesteren. Niet alleen omdat je lichaamstaal kunt lezen, zoals de Memorie van Toelichting op de Spoedwet stelt (pdf). We hebben rituelen nodig in onze democratie. Een Raadsvergadering is een ritueel waarin belangentegenstelling in de gemeenschap door gekozen volkvertegenwoordigers tot algemeen belang wordt gesublimeerd.

Als we het goed doen.

Als we het democratisch doen.

Frappez toujours! En courage.