Verzamelde reacties op de participatieverordening

Er komt een nieuwe participatieverordening in onze gemeente en daar kunnen we iets van vinden. Maar ik werd er zelf licht wanhopig van.

Ik vroeg om hulp en die kwam meteen:

Wat deze gemeente wil oplossen, is niet in zo’n participatieverordening te regelen. En laat weinig ruimte voor het tweerichtingsverkeer dat nodig is om het samenspel tussen bewoners, ambtenaren en bestuur te veranderen. #permanentgesprek#uitgangspunten — Liesbeth vd Wetering (@Liesbeth050) December 7, 2018

Artikel 4 verwacht dat je dingen aan het bestuur voorlegt die je nog niet kunt weten bij aanvang van de participatie. en Artikel 5 is ontmoedigend. Als je dit ook nog allemaal moet vastleggen, kom je dan nog aan een goed gesprek over de inhoud toe?

Het nodigt uit om – als je iets wilt met inwoners – het vooral geen participatie te noemen, want dan ga je vastlopen met deze verordening. — arjankleinnibbelink (@akleinnibbelink)

Arno de Vries (@arno) leest even mee…

Dit is een heel breed document. Ik focus mij even op ‘publieksinitiatief’. De rest geloof ik eerlijk gezegd wel: burgers betrekken en rechten geven bij overheidsbeslissingen.

In mijn ogen is de ondersteuning bij publieksinitiatieven te vrijblijvend, te beheersmatig en zeker niet in lijn met de Right to Challenge.

Het begint bij de definitie. 2c en 2d. Een publieksinitiatief is een initiatief waarbij B&W ‘overheidsparticipatie’ kunnen aanbieden. Als ze dat niet aanbieden kúnnen ze het naar de raad sturen. pic.twitter.com/OD2TXNfSSE

Let op twee keer het woordje ‘kunnen’. “De ondersteuning kan de vorm aannemen van loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren”. Drie keer ‘kunnen’ voor de gemeente, m.a.w. ze hebben veel vrijheid om een initiatief wel/niet goed te keuren en te ondersteunen

Let ook op het ontbreken van de vorm ‘financieren’. En wat betekent loslaten? Dat ze het niet meer doen, en het budget overhevelen? Wat betekent dat voor ambtenaren die op dit moment het werk doen?

Of betekent ‘loslaten’ als ondersteuningsvorm: bekiek het moar, wij bemoeien ons er niet mee? Eerste vraag dus: definieer ‘loslaten’.

Artikel 10 is de meest interessante. Daarin staat beschreven welke publieksinitiatieven wel / niet ondersteund zullen worden. Artikel 4 en 5 bieden in mijn ogen teveel ontsnappingspunten voor de gemeente om te weigeren. ‘Bijvoorbeeld ‘als het initiatief naar het oordeel van B&W op praktische gronden niet haalbaar is’. Het college hoeft in dat geval het initiatief niet door te sturen naar de gemeenteraad. Een beroepsprocedure zou hier op zijn plaats zijn.

Artikel 10.5c. De gemeente weigert een initiatief als het zich richt op het wijzigen van de gemeentelijke begroting. Ja duh. Als je iets gaat doen wat de gemeente nu doet, wijzig je de begroting. Wat staat hier eigenlijk? Staat de begroting (inclusief bronnen en doelen) vast??

Mijn vragen zouden dus zijn:

  1. Wat betekent de ondersteuningsvorm ‘loslaten’.
  2. Hoe wordt vorm, inhoud en grootte van financiering bepaald van een publieksinitiatief?
  3. Wat is de beroepsprocedure als B&W besluit om geen overheidsparticipatie te verlenen
  4. Hoe verhoudt de verordening zich tot Right to Challenge?
  5. Kunt u een voorbeeld geven van 10.5. e,f en g
  6. Waarom is punt h opgenomen?
  7. In artikel 12 is sprake van ‘een beperkt geografisch gebied’. Waarom heeft de raad ineens andere criteria, en ‘beperkt’ is niet concreet
  8. Artikel 13.6 biedt de raad de mogelijkheid om een besluit te nemen dat ‘gedeeltelijk’ conform het initiatief is. Ik neem aan dat de initiatiefnemers er zelf wat van mogen vinden als er een gedeeltelijk besluit genomen wordt, vóór publicatie in het lokale krantje
  9. Zijn de opsommingen in 10.4 en 10.5 limitatief? M.a.w. zijn er geen andere afwijzingsgronden dan deze?
  10. Wat betekenen de termen loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren concreet?
  11. Hoofdstuk 6 bevat concrete termijnen waar de gemeenteraad zich aan moet houden. Deze termijnen ontbreken in het eerste deel van het proces waar B&W een besluit moet nemen. Zeker ook termijnen opnemen voor B&W
  12. Ik zie nu dat de Verordening 2005 vervalt als deze verordening in gaat. Er staat dat die uit 2005 is ‘geïntegreerd’ in deze nieuwe. Maar dat is niet waar, want het proces in de Verordening Burgerinitiatief 2005 gaat direct naar de raad, en niet via B&W. Da’s een heel ander proces. Sterker, B&W is er tussengevoegd als buffer. Zij kúnnen beslissen om het niet door te sturen naar de raad. En als initiatief mag jij dus niet direct meer de raad benaderen.
    Vraag 12 dus 🙂 De 2005 verordening is op wezenlijke punten veranderd. Kunt u dat toelichten?
  13. Mmmm… dit is verwarrend. In de Verordening uit 2005 is sprake van een ‘burgerinitiatief’, maar dat is een initiatief om een onderwerp geagendeerd te krijgen op de raadsagenda. Het nu gebruikte ‘publieksinitiatief’ is iets heel anders, namelijk een initiatief om iets te gaan uitvoeren, waarbij de gemeente kan besluiten om hieraan bij te dragen (‘overheidsparticipatie’) of niet. Dat hele recht uit 2005 om iets op de agenda van de raad te krijgen komt in het stuk niet meer voor en verdwijnt dus!!
    Vraag 13. Waar is het ‘agendarecht’ gebleven uit 2005?
    (Noot: er is dus helemaal geen sprake van integratie van de verordening uit 2005. En let op, want die verordening verdwijnt dus).
  14. Ook op pagina 13 “Het doorzenden van het initiatief naar de gemeenteraad als publieksinitiatief is optioneel”. Optioneel voor wie? Voor het college of voor de initiatiefnemer?
  15. De opsomming van 10.4 en 10.5 komt rechtstreeks uit de Verordening van Burgerinitiatief uit 2005. En dat snap ik beter. Die opsomming past echter niet bij ‘publieksinitiatief’. bijv 10.5e. Wat is een initiatief dat zich richt op het functioneren van personen?? Teveel copypaste

 

Samenvattend: er is iets te veel gecopypaste uit een verordening die heel ergens anders over gaat.

  • Criteria 10.5 moeten beter.
  • B&W heeft geen termijnen en er is geen beroep mogelijk
  • Hoe zit het met financiering van publieksinitiatieven, fit met RtC?
  • Recht om te agenderen vervalt

 


Uit deVNG-publicatie Checklist voor de gemeenteraad of je participatiebeleid wel omgevingswet-proof is, aangedragen door Pascalle Georgopoulou

Omgevingswet-proof?

Fasering

Vaak wordt in het beleid aangegeven in welke fase van beleids- of planvorming participatie plaatsvindt. Dat kan bijvoorbeeld zijn nadat een plan in grote lijnen is gepresenteerd. Het kan ook zijn dat eerst input wordt gevraagd voor een nadere uitwerking van beleid. Ook vindt participatie plaats om een keuze te maken tussen alternatieven. Hoe is dat geregeld in het huidige beleid van de gemeente?

Omgevingswet-proof als

… participatie zo vroeg mogelijk in het proces een plek krijgt?

… ieders inbreng kan worden meegenomen, voordat er onherroepelijke besluiten worden genomen.

Eigenaarschap

• Wie is aan zet bij participatie, wie is “eigenaar” van het proces en wie is verantwoordelijk voor de uitvoering?

• Vaak wordt in het beleid beschreven welke stappen de gemeente zet en is participatie ingericht als een intern proces. De gemeente heeft de regie. Heeft de initiatiefnemer ook een verantwoordelijkheid en is deze beschreven?

• Hoe weet de initiatiefnemer wat van hem wordt verwacht?

• Is het ook duidelijk welke rol de raad, het college van B&W en de ambtelijke organisatie hebben in het proces?

Omgevingswet-proof als

… de rol van de initiatiefnemer expliciet is opgenomen in het beleid.

… ook alle gemeentelijke rollen (raad, B&W, ambtelijke organisatie) beschreven zijn.

Tijdsinvestering

Participatie kost, naast de nodige inspanning en het geld, vooral ook tijd. Bij het ontwerpen van het participatieproces is het van belang de (doorloop)tijd in te calculeren. Soms loopt participatie parallel aan de wettelijke inspraakprocedure. Die termijnen liggen vast en hebben hun effect op het verloop en de stappen in de besluitvorming. Soms ontbreekt een reële inschatting van tijd en planning. Die wordt pas gemaakt in de planuitwerking als sluitpost. Wordt in het huidige beleid stilgestaan bij het tijdsaspect?

Omgevingswet-proof als

… vanaf het begin voldoende tijd wordt uitgetrokken voor participatie.

Informatievoorziening

Informatie over beleid en plannen is belangrijk voor alle betrokkenen om te kunnen participeren. De informatie moet volledig, tijdig, toegankelijk en voor iedereen te begrijpen zijn. Dat geldt voor belanghebbenden en betrokkenen, maar ook voor onder meer de raad.

• Informatie zal voornamelijk digitaal beschikbaar zijn. Krijgt informatievoorziening een plek in het participatiebeleid?

• Beschikt iedereen tijdig over alle informatie?

• Wordt ook rekening gehouden met groepen in de samenleving die minder goed toegang hebben tot (gemeentelijke) informatie?

Omgevingswet-proof als

… iedereen dezelfde informatiepositie heeft (inhoud, proces en spelregels).

Burgerinitiatieven

Participatiebeleid kan binnen de gemeente betrekking hebben op ruimtelijke plannen, initiatieven binnen de leefomgeving, zorg, sport of welzijn. Ook kan het beleid gaan over burgerinitiatieven in het algemeen, zoals bijvoorbeeld het “Right to Challenge”.

• Is er plek voor alle initiatieven, ook die initiatieven die niet binnen een bepaald beleid of kaders vallen?

• Worden deze welwillend ontvangen?

• Aan de ene kant is integraliteit gebaat bij zo inclusief en sectoroverstijgend beleid. Aan de andere kant wordt het toetsen en monitoren van participatie aan gestelde doelen erg complex en veelomvattend worden. Wat is de reikwijdte van het beleid?

• Hoe houdt de raad aan de ene kant overzicht en aan de andere kant vinger aan de pols?

Omgevingswet-proof als

… als er keuzes worden gemaakt en focus wordt aangebracht in het beleid met behoud van ruimte voor onverwachte initiatieven.

… ook houding en gedrag een plek krijgen in het beleid om te komen van “nee, tenzij..” naar “Ja, mits…”.

Ketenpartners

Het participatiebeleid gaat in veel gemeenten vooral over de gemeente zelf. Over de impact van beleid of plannen op specifieke doelgroepen, op belanghebbenden of omwonenden enz. In het kader van de Omgevingswet moet ook samenwerking en afstemming met ketenpartners een plek krijgen. Denk hierbij aan andere overheden (buurtgemeenten, provincie, Waterschap), maar ook aan de Veiligheidsregio, Omgevingsdienst enz.

Omgevingswet-proof als

… de ketenpartners (rol en belang) in het participatiebeleid worden opgenomen.

Toetsing

In het participatiebeleid staan vaak intenties en goede bedoelingen centraal. Doelen en middelen worden uitvoerig beschreven. Of het beleid uiteindelijk succesvol was is moeilijk te beoordelen. Of er wordt geleerd van ervaringen is nauwelijks beschreven. Dat heeft te maken met het ontbreken van normen of criteria om het beleid aan te toetsen. Het is voor de raad lastig om participatie mee te wegen in het finale oordeel over een raadsvoorstel. De andere kant van dezelfde medaille is verwachtingenmanagement.

• Wanneer is er “genoeg” geparticipeerd?

• Wanneer is er “voldoende” draagvalk?

• Is er helder en transparant beleid over toetsingscriteria? Weten alle betrokkenen waar ze aan toe zijn en kunnen ze er rekening mee houden?

Omgevingswet-proof als

… er normen, criteria of spelregels zijn om een participatietraject te kunnen beoordelen. Dat kunnen kwantitatieve en kwalitatieve criteria zijn.


Het vervolggesprek

 

Het is goed om zo’n verordening te hebben en het vervolgens te vertalen in een mooie brochure voor gewone mensen.